Gedichten
|
In de dichtbundel ‘Schitterend Werk’ staan gedichten die tussen 1978 en 2008 werden geschreven. Het betreft een selectie uit het verzamelde dichtwerk. zij tekent nonchalant een donzig wolkje op de muur van het salon en wenkt afwezig drommen vogels binnen. Blij maar ongelovig kijk ik toe, zij draait de kleuren in mij open, zij doet het steeds ondanks zichzelf. Ik moet iets doen, opnieuw beginnen of zo, roepen op straat dat het goed gaat. Ik vermoed dat alles zinvol is. Later reinigt zij, zonder woorden, alle muren van het huis, zet orde, werpt de verse nesten buiten, rustig, zonder moeite, grondig. Ze sluit de ramen en de luiken en draait de tuindeur weer op slot. Een diepe put, met zwarte wanden en eindeloze regen. Zo duizelt de lucht. Ik droom wellicht alleen. We wonen in verschillende kastelen. - – - Kom eens langs vannacht want nu ik leef nog leef is het misschien beter dat ik alles doe en afwerk wat ik eens wou doen en niet wacht totdat. Kom daarom vannacht en spreek mij als vanouds over hoe dood je bent maar toch hier bij mij knus praat over dit leven. Kom gerust vannacht en weet ik wacht praat zacht want geen die horen moet hoe onze gloed de dagen voedt en neem mij mee vannacht naar dat domein waar wij niet zijn maar ooit wie weet een weerzien wacht. - – - Hoewel hij vandaag krachtig door het leven stapt is er een wilde worm in hem actief die dagelijks en spaarzaam definitief energie wegvreet en tenslotte een holle huls achter laat. - – - |

